Tennis
Tennis is een sport waarbij men enkelspel of dubbelspel kan spelen. Enkelspel wil zeggen dan er 1
tegen 1 gespeeld wordt en dubbelspel is in teams van 2 tegen elkaar. De bedoeling van tennis is om de bal over het net te slaan en dat de bal nog 1 keer botst op de speelhelft van de tegenstander.
Bij tennis zijn er enkele verschillende soorten ondergrond
- - Gras en kunstgras
- - Gravel
- - Hardcourt
- - Indoor
Het speelveld
Het net: verdeelt het speelveld in 2 gelijke stukken. De hoogste van een net is ook bepaald en moet 91.4 cm hoog zijn.
Het speelveld is verdeeld in enkele vakken.
De smalle vakken die je aan de zijkanten van het speelveld ziet dienen voor dubbelspel of voor mannentennis, bij vrouwentennis telt dit niet mee en is het speelveld dus kleiner.
De 2 smallere vakken zijn de vakken waarin de service moet komen en daarom dus ook de service vakken heten.
Al deze vakken worden van elkaar gescheiden en da bal is "out" als hij de lijn nier raakt.
De opslag
Bij de opslag of service wordt de bal met één hand omhoog gegooid en dan met de tennisracket zonder het net te raken naar in het opslag vak van de andere speler gespeeld. De bal mag niet op je eigen helft botsen maar moet wel over het net gaan zonder het te raken en botsen in het opslagvak. Elke speler heeft 2 opslagen en wanneer de bal het net raakt en toch nog in het speelveld van de tegenstander valt krijgt de speler een tweede pogingvoor de 1ste of 2de service. De tweede opslag wordt meestal met veel minder kracht ingespeeld dan de eerste om het risico om een dubbelfout te vermijden.
Slagen
Forehand: de slag waarbij het tennisracket van achter u lichaam komt en waarbij de handpalm naar voor is.
Backhand: de slag waarbij je met 1 of 2 handen op de bal naast je, de rug van je hand wordt naar voren gehouden
Dropshot: een slag waarbij je de tegenspeler tracht te verassen door een lobje. Men probeert de bal zo dicht mogelijk over het net te laten vallen en de bal mag ook niet hoog opstuiten.
Smash: een slag waarbij je op een hoge bal met veel kracht slaat met dezelfde beweging als een opslag.
Volley: een slag als de bal niet heeft gebost en meteen op de bal slagen maar dat gebeurt enkel als de speler dicht bij het net staat.
Punten
Bij de dames moet je om te winnen 2 sets winnen en bij de heren 3 sets.Een set wordt gewonnen door de speler die als eerste 6 punten heeft en met 2 punten voorsprong (vb.: 6-4). Als het is een set 6-6 staat dan wordt er een tiebreak gespeeld en wie dat spel wint, wint ook de set. Een game wordt als volgt geteld:15, 30, 40 en dan game als het echter 40-40 staat dan is het deuce, dan moet de speelster nog 2 punten achter elkaar maken om te winnen, dan wordt het eerst advantage en dan game.
Breakpunt is wanneer de speler die niet serveer eerder de 40 bereikt dan de speler die opslaat, is het bv 30-40 dan is er 1 breakpunt.
De beste speelster op dit ogenblik is Justin Henin en bij de mannen Roger Federer.
